1851

Call me Ishmael.

Dit is één van de bekendste openingszinnen uit de wereldliteratuur. Ishmael is de enige overlevende van de walvisvaarder Pequod. Hij vertelt zijn verhaal via de pen van de Amerikaanse schrijver Herman Melville. Het verhaal van de obsessieve kapitein Achab in zijn bezeten jacht op de witte potvis Moby Dick. En die uiteindelijk zijn noodlot niet kan ontlopen en met man en muis vergaat. Behalve Ishmael dus, dankzij de zelfgemaakte doodskist van een ander bemanningslid, de harpoenier Queequeg. Kapitein Achab zelf gaat verstrikt in harpoenlijnen op Moby Dick mee de diepte in. Prachtige vertellingen over een zeer bont en divers gezelschap als bemanning, over walvissen, over menselijke zwakheden en sterktes. De eerste uitgave in Engeland in 1851 werd zwaar gecensureerd. Veel passages en zelfs een geheel hoofdstuk bleken geschrapt te zijn. Qua aantal viel dat wel mee, want het boek telt 135 hoofdstukken. En aan een boom zo vol geladen, enzovoort. Maar het hoort niet! Het ging om voor Engeland minder gunstige uitlatingen plus onderwerpen, die beslist niet door de preutse Victoriaanse beugel konden. Zoals de indringende beschrijving van het seksleven van de walvis. En blauwe vinvissen bijvoorbeeld winden er geen doekjes om. Uiteraard is die censuur later weer ongedaan gemaakt.

» Lees verder…1851

Schaken en commercie

In de laatste ronde van het toen nog Hoogoventoernooi, meer dan dertig jaar geleden, had een deelnemer nog slechts één halfje nodig voor een zeer begeerd grootmeester resultaat. Hij trachtte vooraf de remise te ‘kopen’ en verdubbelde tijdens de partij zijn bod. Tevergeefs, waarna hij stijf van de zenuwen een toren, de partij en het resultaat wegblunderde. Handel op kleine schaal! Laten we nu niet meteen hel en verdoemenis over de bewuste speler afroepen, wie weet wat we zelf zouden doen in zo’n situatie. ‘Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen’ blijft een prachtige bijbelse uitspraak (van Jezus tegen de farizeeërs, over het stenigen van een overspelige vrouw) en is vaak van toepassing. Het is eerder wel dan niet gebeurd, het van tevoren afspraken maken over een uitslag. De om zijn vele remises roemruchte grootmeester Petar Trifunovic werd eens het slachtoffer van zijn eigen afspraak. Hij speelde uit de losse pols de verplichte twintig zetten (dat moest toen nog) waarna zijn tegenstander zich geen enkele afspraak meer kon herinneren, omdat hij inmiddels veel beter stond. En won ook zo’n vijftig zetten later. Wie heeft er in dit geval niet netjes gehandeld? Ze hebben elkaar nooit meer aangekeken. Om Trifunovic recht te doen: hij won het Hoogovenstoernooi in 1962.

» Lees verder…Schaken en commercie