Kampioen worden: is dat nu zo bijzonder?

Kampioen worden… het is toch wel bijzonder als je na een lang seizoen mag zeggen dat je het sterkste team van de desbetreffende klasse bent. Zonder naast onze schoenen te gaan lopen maakte het tweede team daar ook de meeste aanspraak op, temeer daar qua speelsterkte dit team al de boventoon voerde. Maar dan nog moesten er negen wedstrijden gespeeld worden om dat te bewijzen. En dat bewijs werd niet alle matches geleverd. Maar ondanks alles, eind goed al goed: het tweede team haalde ook het kampioenschap binnen. Ook! Want dan denk je als team van Schaakstad Apeldoorn weer eens een bijzondere prestatie neergezet te hebben… blijken er vier teams al eerder kampioen te zijn geworden in hun klasse! En dan denk je dat de zegetocht door Apeldoorn alleen voor ons bestemd zou zijn, nee hoor, we konden achteraan aansluiten om plaats te nemen op de boerenkar.

 
Lees verder…

Het vierde vierde het

Het vierde vierde het kampioenschap van de derde (neen, niet vierde) klasse op de vierde van de vierde na de wedstrijd tegen het vierde van Meppel. En na deze laatste ronde kunnen beide vierde teams de teugels laten vieren. Klus geklaard, het zit er op.

Nou en, hoor ik u denken, waar heb je het over, het is toch slechts de onderbond? Gelukkig zijn gedachten stemloos. En mocht er heel misschien heel wellicht eventueel een heel minieme kern van waarheid in zitten (natuurlijk niet) dan zijn van de zeven teams er zes het niet geworden en wij wel. Bovendien is het woord ‘slechts’ niet op zijn plaats, alsof de prestatie daardoor minder waard is. Mooi niet, kampioen is kampioen. Dat vieren gebeurde overigens op een heel ingetogen wijze, wij zijn niet van die uitbundige wildebrassen. Geen gezamenlijke dab, geen high five (neen, ook geen four), geen boks, niets van dat alles. Een waarderende blik, een goed gedaan jongens, dat soort dingen, maar wel blij! En die tattoo van teamleider Adriaan? Eerst zien, dan geloven.

Lees verder…

A.D. de Groot

Het denken van den schaker is het proefschrift waarop Adriaan de Groot in 1946 promoveerde tot doctor in de Wis- en Natuurkunde, cum laude. In 1965 vertaald als Thought and choice in chess en hij is er wereldberoemd mee geworden.

Geboren in 1914 was hij op jonge leeftijd al een goed schaker en werd in 1937 kampioen van Amsterdam. Ook speelde hij graag bridge. De Amsterdammer Max Euwe zal wel niet hebben meegedaan, die was bezig met de voorbereiding op zijn revanchematch met Aljechin. De Olympiade in Stockholm 1937 paste klaarblijkelijk wel in die voorbereiding en zo maakte De Groot met Euwe deel uit van het Nederlandse team. De anderen waren Landau, Prins en Van Scheltinga. Ook in Buenos Aires 1939 was hij van de partij, nu met Van Scheltinga, Prins, Cortlever en De Ronde. Hij scoorde in beide toernooien samen 18½ uit 32, +5, bijna 58%. En in 1968 won Adriaan de Groot nog het Daniël Noteboom-toernooi in Leiden. En daar doen geen patzers aan mee, het jaar daarvoor won Jan Timman bijvoorbeeld.

Meer lezenA.D. de Groot