De Limburger

Max Warmerdam: met schaken bouw je geen pensioen op

18-02-2019 om 10:12 door Emil Visser

Max Warmerdam
Max Warmerdam
Afbeelding: Peter Schols

Max Warmerdam uit Tegelen gooit hoge ogen in het schaken. Dit jaar won hij al de Top Tienkamp van het Tata Steel-toernooi in Wijk aan Zee. Een gesprek over zijn bezetenheid van het schaken.

Het is een bijzonder pand waar schaker Max Warmerdam (19) woont. Het is een imposante rood bakstenen villa met een onberispelijke grasmat rondom. Villa Maria is een Rijksmonument, gebouwd in opdracht van Alfred Russel, toenmalig eigenaar van een van de vele dakpannen- en steenfabrieken in Tegelen. Hoge plafonds, zeeën van ruimte. In een hoek van het vertrek waar het gesprek plaatsvindt, rust een gitaar tegen de muur. Aan de andere kant van de kamer staat een keyboard.

De jonge denksporter won eind januari de Top Tienkamp van het Tata Steel-toernooi in Wijk aan Zee. Daardoor mag hij volgend jaar meedoen aan de Tata Steel Challengers, het voorportaal van de Tata Steel Masters, waar de allerbesten van de wereld aan deelnemen.

Schaakjaar
Schaken beheerst zijn leven. Zeker dit jaar. Afgelopen zomer is hij geslaagd voor zijn vwo. „Nu doe ik een soort tussenjaar waarin ik alleen maar schaak. Voor mijn gevoel had ik er vroeger te weinig tijd voor. Ik moest immers ook leren voor school. Nu kan ik mij volledig focussen op schaken.”

Hij is letterlijk fulltime met schaken bezig. Warmerdam stelt dat hij makkelijk veertig uur per week maakt, met trainingen, wedstrijden en analyses. Het begon allemaal met een potje schaak tegen zijn vader toen hij een jaar of vier was. Op school kreeg hij ook schaakles en kroonde hij zich, toen hij in groep zes zat, tot schoolkampioen. Maar pas toen hij in 2015 het NK jeugd onder 16 jaar won, besefte hij: „Ik ben best wel goed volgens mij.”

Het fulltime schaken levert op dit moment echter geen fulltime salaris op. Voor competitiewedstrijden wordt hij wel betaald. Per match vangt hij 100 of 150 euro. Maar daar is hij dan wel een hele dag mee bezig. „Ik ben nog niet echt op het niveau om er serieus mee te verdienen. Daar moet ik grootmeester voor zijn. Maar als internationaal meester kan ik vaak kosteloos op toernooien spelen. En soms pak ik dan wel wat mee.”

Het is zijn doel om grootmeester te worden. „Toch heb ik niet de intentie om profschaker te worden. Er zijn altijd mensen die beter zijn en het is niet zo makkelijk om er genoeg mee te verdienen. Met schaken bouw je ook geen pensioen op bijvoorbeeld”, zegt hij met een glimlach. „En je moet er zo ontzettend veel tijd in steken om richting de échte top te gaan. De top van Nederland is al niet voldoende eigenlijk.”

Normale baan
Kortom, Warmerdam gaat voor een ‘normale baan’. Nu is het voor hem een schaakjaar, maar na de zomer is het de bedoeling dat hij in de collegebanken zit om econometrie te studeren. Een studie lijkt nauwelijks te combineren met veertig uur schaken in de week. „Tijdens de middelbare schooltijd vond ik het ook lastig om aan school te werken. Ik dacht veel aan het schaken en thuis. En als ik dan toch voor school achter de computer zit, is het heel makkelijk om tussendoor online wedstrijden te spelen of live topgrootmeesters te volgen die bezig zijn met een partij. Ik denk gewoon ook veel aan schaken. Ik zat vanmiddag in de trein, toen was ik ook aan het schaken op mijn mobiele telefoon. En eigenlijk ieder moment dat ik even niets aan het doen ben, denk ik er over na.”

Hij benadrukt dat denksport niet te onderschatten is. „Ik heb de indruk dat schakers soms harder voor hun sport werken dan voetballers. Fysiek en vooral mentaal kan het ook best zwaar zijn. Na wedstrijden en toernooien heb ik best wat koppijn. Het is vermoeiend en een uitputtingsslag. Een wedstrijd duurt al snel vier uur.”

Volgens de Limburger moet je topfit zijn. Wereldkampioen Magnus Carlsen is bijvoorbeeld ook superfit. „Je ziet vaak dat hij in de laatste twee uur van een wedstrijd een vol punt mee weet te nemen, terwijl het daarvoor nog een gelijke stelling is. Daarom doen de meeste schakers ook nog een sport naast het schaken. Ik ga zelf naar de sportschool. Niet heel vaak hoor. Had wel vaker gekund.”

Ademhalingsoefeningen
De mentale veerkracht van een schaker is nog belangrijker. „Soms heb je een slecht gevoel nadat je een slechte zet heb gedaan. Dan blijf je daar over nadenken, terwijl je je eigenlijk op de partij moet concentreren.” Het is dan ook van belang om een pokerface op te kunnen zetten en geen angstzweet over het voorhoofd te laten druppelen. En als je een sterke zet van je tegenstander mist, kan jouw positie in de partij van heel goed naar heel slecht gaan. Dan zit je met een heel ander gevoel achter het bord. Je hart gaat net iets sneller kloppen en je krijgt het een stukje warmer.”

Kortom, het hebben van stalen zenuwen en omgaan met tegenslagen zijn belangrijke bouwstenen voor een topschaker. Ook Warmerdam heeft daar op moeten oefenen. Rond zijn veertiende had hij veel moeite met spanning. „Dat was best heftig. Eén keer had ik zelfs echt moeite met ademen. Alsof ik een brok in m’n keel had. Ik heb vervolgens ademhalingsoefeningen gedaan. Die hielpen heel erg goed.”

Maar het zijn niet alleen ademhalingsoefeningen die hem erdoorheen slepen. Ook muziek geeft hem het juiste steuntje in de rug, zo is gebleken. „De laatste tijd nam ik weinig tijd om op mijn keyboard te spelen”, zo zegt hij. „Maar net voor de Top Tienkamp van het Tata Steel-toernooi in Wijk aan Zee was ik weer een beetje begonnen. Ik dacht dat het me rust zou geven en dat ik wat kon afschakelen van het schaken. Dat heeft best geholpen, want ik won het toernooi. Dus ik denk dat ik dat maar blijf doen.”