Veni, vergani, vici

Samen met Thomas Beerdsen reisde ik op 24 december af naar Italië. In het noordelijk gelegen Bassano del Grappa zouden twee achtereenvolgende Vergani Cup-toernooien plaatsvinden. Het eerste begon op 26 december, en zou duren tot 30 december. Het tweede toernooi was hetzelfde recept van 9 rondes in 5 dagen, beginnend op 3 januari. Dit betekende dus dat we in beide toernooien begonnen met één partij, en de resterende vier dagen er twee hadden op een dag. Zelf keek ik hier erg naar uit, omdat ik al sinds maart geen ‘echte’ partij meer had gespeeld. Ondanks dat ik geen klassieke partijen speelde, bleef ik niet stil zitten en had ik wel hard getraind in die tijd. In deze pandemie heeft denk ik iedereen er wel moeite mee om een vast ritme te krijgen. Hier had ik zelf ook last van, en het leek me verstandig om in ieder geval een vast slaapritme te krijgen voordat het toernooi begon. Van te voren is het voor een toernooi lastig om al gewend te raken aan een dubbelrondig toernooi, maar dit leek me al mooi meegenomen.

Het was zeker niet gemakkelijk om in deze pandemie naar Italië af te reizen. Zeker aangezien het voor ons leek alsof de regels elke week weer veranderden. Uiteindelijk moesten Thomas en ik ervoor zorgen dat we bij aankomst in Italië een coronatest konden laten zien. Hiervoor moesten we dus naar een private organisatie aangezien je van de GGD geen certificaat van de uitslag krijgt. Toen we na de vlucht aankwamen in Italië zouden we eigenlijk in quarantaine moeten, maar omdat de organisatie van het toernooi ons een topsportcertificaat had meegegeven hoefde dit gelukkig niet. Twee dagen later begon het toernooi. De coronamaatregelen die voor het toernooi van toepassing waren hielden onder andere in dat je aan het bord een mondkapje moest ophouden. Daarnaast hing er boven elk bord tussen beide spelers een spatscherm, met voldoende ruimte eronder om je zetten nog normaal uit te voeren.

De eerste ronde begon en zoals ik had verwacht kreeg ik zwart. Om de een of andere reden lijk ik in toernooien altijd vijf keer zwart te krijgen, dus ik was hier niet door verrast. De eerste twee partijen leken nog min of meer soepel te gaan tegen lagere ratings, dus ik stond op 2 uit 2. In ronde 3 moest ik tegen een FM met zwart, en na een te optimistisch kwaliteitsoffer moest ik blij zijn de partij met remise te ontsnappen. Hij nam zelfs remise aan in een gewonnen eindspel voor hem. Waarschijnlijk was dit nog het beste wat ik heb gedaan die partij, nog op tijd remise aanbieden. Ik stond dus op 2,5 uit 3 en kreeg nu voor het eerst een op papier sterkere tegenstander. Met wit mocht ik aantreden tegen de Amerikaanse grootmeester Nicholas Checa. Hij speelde eigenlijk altijd Frans, dus ik werd al meteen verrast toen hij opende met Caro-Kann. Het belangrijkste moment uit de partij was duidelijk dit:

We komen in de partij nadat zwart net 20…Dg7 heeft gespeeld. Zwart heeft voornamelijk twee zwaktes in de stelling, e6 en f4. Dus is het normaal om 21.Pxf4 te overwegen. Het is alleen niet zo duidelijk hoe het verder moet na 21…Pxe5. Ik was alleen verder gaan rekenen aan 21.Pxf4, ik had namelijk het gevoel dat er meer in kon zitten. Uiteindelijk ging ik toch voor 21.Pxf4, omdat ik had gezien dat na 21…Pxe5 22.Pxe5 Dxe5 ik kon toeslaan met:

23.Tae1!! Dxf4 24.Txe6 en er is geen manier voor zwart om materiaalverlies te voorkomen.

Dit leverde me het eerste belangrijke punt op. In de volgende partij werd ik ingedeeld tegen de hoogst gerate speler uit het toernooi, GM Vitalj Bernadskiy. Het werd een langzame dood met zwart, mijn eerste verliespartij sinds Tata Steel in het begin van het jaar! Dit gooide dus roet in het eten, en ik moest nog hard werken als ik nog een grootmeesternorm wilde scoren in het eerste toernooi.

In de volgende partij had ik wit tegen een Franse IM, dit leek me dus een lekker hapje. Het leek ook vrij soepel te gaan, en ik leek ook de volledige controle over de partij te hebben. Toen hij echter weinig tijd had en niks leek te kunnen, miste ik ineens een zet van hem. Hierdoor raakte ik onnodig in paniek en nam ik een rare beslissing. We kwamen in een eindspel terecht waarin ik hem alsnog wist te overspelen en het punt binnen te halen.

In de 7e ronde stond de getalenteerde IM Daniel Dardha op het programma. De 15-jarige Belg was zelf ook op jacht naar een grootmeesternorm, dus waarschijnlijk ging maar een van ons tweeën deze partij tevreden verlaten. Op dat moment wist ik ook dat ik waarschijnlijk 2 uit 3 nodig ging hebben om kans te maken op een grootmeesternorm. Veel mensen zeggen dat je niet al te veel bezig moet zijn met resultaten, maar zelf vind ik het altijd prettig om precies te weten wat ik moet doen. Vanuit de opening krijgen we een stelling waarin wit het initiatief heeft, maar als hij een paar accurate zetten doet, zwart dit neutraliseert. Daniel probeerde zijn initiatief om te zetten in een aanval, maar het lukte mij om op tijd alles te dekken en toen stonden al zijn stukken aan de zijlijn. Hier sloeg ik met 24…Td4 toe:

Daniel reageerde hier met 25.Lxb4 Txe4 26.Lxe7 op, maar na 26…Dd5! wist ik de partij definitief naar me toe te trekken. Na 27.Kg1 Tfxe7 28.Dc1 Txg4+ 29.Tg3 Tge4 30.Dd1 wist ik het af te maken met:

30…Dxd1+! 31.Txd1 Te1+ 32.Txe1 Txe1+ 33.Kg2 Te2, wat een tweede pion wint. In toreneindspelen hanteer ik meestal de regel dat twee pionnen extra voldoende moet zijn voor een overwinning, en ook hier bleek dat het geval. 0-1

Dit betekende dat ik op de laatste dag nog 1 uit 2 moest halen. De eerste tegenstander van die dag was grootmeester Luca Moroni Jr, en die vond het wel prima om snel een halfje te pakken met zwart. In de laatste ronde moest ik tegen grootmeester Pier Luigi Basso, die verder weinig had voor om te spelen en het dus ook oké vond om snel remise te maken. Dit betekende dat mijn tweede grootmeesternorm een feit was. Met 6,5 uit 9 werd ik derde in het toernooi.

In Italië waren er andere coronaregels dan in Nederland, en dit betekende dat we van 31 december tot en met 2 januari het appartement waarin we verbleven niet uit mochten. Nieuwjaar moest binnen gevierd worden, maar gelukkig hadden we 30 december nog wel de tijd om het een en ander in te slaan. 3 januari stond het volgende toernooi op de planning, met hetzelfde ritme als het eerste. Als ik dit wist vol te houden zou ik eventueel als grootmeester naar huis kunnen vertrekken. Dat zou echter niet heel eenvoudig zijn, omdat het eerste toernooi me veel energie had gekost. Voordat ik naar Italië vertrok had ik me ook niet bedacht dat een mondkapje dragen voor ongeveer 8 uur per dag het er niet gemakkelijker op maakte.

Het tweede toernooi begon al direct op het eerste toernooi te lijken. In de eerste ronde mocht ik weer aantreden met zwart, en de eerste twee ronden ging ik weer voortvarend uit de startblokken. In ronde 3 werd ik weer omlaag ingedeeld, net als in het eerste toernooi. Met zwart moest ik tegen Annmarie Mütsch, een Duitse WIM. De ronde ervoor had ze met wit van Thomas gewonnen, dus ik wist dat ik moest oppassen. Uiteindelijk speelde ik waarschijnlijk een van de mooiste partijen uit mijn schaakcarrière. Het was een hele lange partij, maar dit waren duidelijk de belangrijkste momenten:

11…dxe3! Offert de dame voor een toren en loper plus activiteit.

19…Txd1!! Mijn vrijpion op e3 was het waard om er de kwaliteit voor te geven.

De partij werd integraal besproken op Agadmator, het grootste schaakkanaal op YouTube.

Deze overwinning betekende dus dat mijn tweede toernooi anders zou gaan verlopen dan mijn eerste. Ik stond nu op 3 uit 3, en werd ingedeeld tegen GM Bilel Bellahcene. We gingen allebei volledig voor de overwinning en er kwam een scherpe Najdorf op het bord. Op een gegeven moment kreeg ik duidelijk de overhand aangezien hij de stelling niet helemaal leek te begrijpen. Ik pakte echter niet door, en mijn aanval liep op niets uit. Vervolgens kreeg hij de overhand en sloeg uiteindelijk toe. Met 3 uit 4 werd ik weer met zwart ingedeeld tegen Pier Luigi Basso, de enige speler die ik heb ontmoet in beide toernooien. Deze keer gingen we er wat langer voor zitten dan de vorige keer, en dit pakte goed uit voor mij. Al vroeg kreeg ik de overhand en bleef lang druk zetten. Uiteindelijk wist ik de partij definitief naar mij toe te trekken. Dit was een belangrijke overwinning om weer vol in de race te zijn voor een grootmeesternorm.

Ineens werd ik met wit ingedeeld tegen de jonge FM Edoardo Di Benedetto uit Italië. Hij had net de dag ervoor gewonnen van een GM, en was goed bezig. In een interessante Winawer-structuur offerde ik een beetje onnodig twee pionnen om het centrum te openen voor mijn loperpaar en vanwege zijn ontwikkelingsachterstand. Dit werkte averechts, en het leek erop dat ik het initiatief ging verliezen. Om het initiatief te behouden besloot ik in deze stelling een extra kwaliteit te offeren:

Hier speelde ik 23.Txd5!??

Objectief gezien zeker geen goede zet, maar het is een praktische partij en het pakte erg goed uit, mede doordat hij weinig tijd meer had. Na 23…exd5 24.f4 Pc4? 25.Ld4 Dxf4 26.Dxc3 Dd2? 27.Da1 kregen we de volgende stelling:

Met 27…Pb2?? blunderde hij ineens een vol stuk, omdat ik gewoon 28.Lxb2 kon spelen. Een paar zetten later was het uit. Hij kon niet eens 28…Txc2 doen aangezien dit mat in 3 is na 29.Te8+ Kg7 30.Lxf6+ Kh7 31.Txh8+. Na de partij vertelde hij me dat hij dacht dat hij na 27…Th7 duidelijk beter tot gewonnen stond, mij leek het niet al te duidelijk en zelf was ik eigenlijk al redelijk optimistisch in die stelling. De engine was het enigszins met mij eens, aangezien het niet eens uitmaakt welke zet hij speelt want het is al minstens +5 voor mij.

Nu stond ik bovenaan met GM Jonas Bjerre Buhl, wat betekende dat ik twee keer wit op rij kreeg, aangezien hij ook wit had gehad in ronde 6. Ook nu wist ik dat ik 2 uit 3 nodig ging hebben om een grootmeesternorm te halen. Dit betekende waarschijnlijk dat ik vooral deze ronde moest proberen te winnen, aangezien er een kans was dat ik de laatste dag met dubbelzwart zou kunnen eindigen en over het algemeen is het gemakkelijker om partijen te winnen met wit dan met zwart. Deze keer besloot ik 3.Lb5+ tegen het Siciliaans te spelen, voor een deel ook omdat het open Siciliaans niet zo goed had uitgepakt in ronde 4. Ik besloot voor een aanval te gaan door twee pionnen te offeren, maar pakte het verkeerd aan waardoor hij niet helemaal doorsloeg. Toch behield ik het initiatief, en om hier een eind aan te maken besloot Jonas een stuk te offeren. Nu was hij degene met materiaalachterstand, maar hij had ook het initiatief. Het belangrijkste moment uit de partij was dit:

Ik lijk de stelling nog enigszins bij elkaar te houden, vooral door mijn paard. Mijn torens staan eigenlijk niks te doen, en ik was ook bang dat zijn initiatief een keer zou doorpakken met 34…Tc2 35.Dd3 Txa2. Hij ging echter voor 34…Tgxf4+? 35.Pxf4 Tc1+ 36.Ke2 Tc2. Hiermee wint hij de dame voor zijn twee torens, maar omdat hij al een beetje materiaal achterstaat hoort hij niet te ruilen. Vooral het paard was belangrijk, want het is vaak heel lastig voor zo’n dame om schaakjes te blijven geven met een paard rond je koning. Uiteindelijk wist ik met goede techniek de partij te winnen.

Nu had ik nog 1 uit 2 nodig voor mijn laatste norm, maar de laatste twee ronden gingen deze keer lastiger worden dan in het vorige toernooi. Eerst moest ik met zwart tegen de jonge Tsjechische GM Thai Dai Van Nguyen spelen, waarvan ik wist dat hij wel voor de overwinning wilde gaan. Ik speelde echter een nog relatief onbekende variant uit het Konings-Indisch tegen hem. Wel was die gespeeld door Carlsen in zijn online tour afgelopen zomer, maar ik hoopte dat hij daar niet van op de hoogte was. We kregen een gelijke stelling vanuit de opening en hierin wist ik hem te overspelen. In een eindspel dat goed was voor mij bood hij remise aan. Daarmee stond ik voor een lastige keuze, nog een paar uur doorspelen en proberen het laatste punt nu al binnen te halen of mijn rust pakken voor de laatste ronden en ook hopen dat ik wit kreeg. Ik koos voor mijn rust omdat ik het niet zo zag zitten na een paar uur spelen alsnog remise te maken en uitgeput aan de laatste ronde te beginnen. Van te voren leek remise verder ook een goed resultaat, en Thai Dai van en Hans Niemann noemden me dan ook een ‘psycho’ omdat ik voor het Konings-Indisch koos.

De indeling van ronde 9 werd op een gegeven moment duidelijk, en ik had natuurlijk moeten weten dat ik altijd vijf keer zwart krijg in een toernooi! Ik kreeg nog een keer zwart, tegen de Amerikaan Hans Niemann die net GM was geworden in het Sitges-toernooi begin december. Hij probeerde van te voren al mind games te spelen door heel duidelijk te maken dat hij vol voor de winst te gaan. Aangezien ik remise moet maken met zwart om GM te worden had ik maar een keuze: Konings-Indisch spelen! De opening verliep goed, maar het leek alsof ik aan het blitzen was. Ik speelde extreem snel, voor een deel vanwege de zenuwen. Wel speelde ik alsnog beter dan Hans, en kreeg ik een gewonnen stelling. Toen ik remise aanbood, kon hij daarom ook niet anders dan dat aannemen. Dit betekende niet alleen dat ik met 7 uit 9 GM was geworden, maar ook meteen dat ik het toernooi ongedeeld had gewonnen. Een dubbel geslaagde ervaring in Italië dus!


Alle partijen in de viewer:

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.