De majoor heeft al een boek (II)

Dit is de tweede aflevering van drie stuks, twee weken geleden verscheen het eerste deel.

Augustus 1965 – september 1965
Welzijnscommissie

De algehele verveling bleef echter bestaan en was voor de leiding misschien wel het grootste punt van zorg. Koude Oorlog, vijandelijke straaljagers en het Warschaupact waren mogelijke dreigingen van buitenaf, dat was allemaal waar maar de verveling van binnenuit werd terecht als een echte vijand ervaren en moest bestreden worden. Iedere basis had een welzijnsofficier, die met zijn commissie bijna een dagtaak had aan het organiseren van ontspanning in de weekeinden. De militaire taken gaan natuurlijk altijd door en voor degenen zonder verlof, maar vrij van dienst, werd iedere zaterdagavond op het podium in de eetzaal een programma verzorgd. Om na het weekend de anderen de ogen uit te steken met sterke verhalen… Natuurlijk was ik af en toe ook de pineut en heb zodoende verschillende hoogtepunten meegemaakt.

Drafi Deutscher was geweldig met zijn onvergetelijke Marmor, Stein und Eisen bricht. De hele zaal brulde met veel decibellen het refrein mee, ik kan het vervolg nog steeds dromen:
Aber unsere Liebe nicht,  Alles alles geht vorbei,  Doch wir sind uns treu.
Trea Dobbs trad ook een keer op en maakte met Ploem ploem jenka de meeste indruk, maar werkte ook sterk op de lachspieren. Het lied van Drafi Deutscher heette opeens Marmer, steen en staal vergaan en haalde het niet bij het origineel. Bij nog een keer Ploem ploem als laatste toegift liep het uit de hand. We zongen vals en heel hard mee met zelf bedachte, zeer vrouwonvriendelijke teksten. Vooral Dirk blonk uit voor zover je het uitblinken mag noemen. Halverwege het nummer werd met stoppen gedreigd wat geen indruk maakte. Opgezweept door bier, het zwoele zomeravondweer en testosteron stond geen maat meer op ons schandalige optreden. Massapsychologie… Trea had op andere bases het nodige meegemaakt maar dit sloeg alles en hield na nog tien seconden er mee op. Met veel excuses en een extra gage vertrok zij een kwartier later met haar entourage in hun eigen bus. De commissie had geen invloed op de hormonen en het weer maar wel op het bier. Als straf geen voorstelling in het volgende weekend plus later bier op de bon, met een maximum van drie per persoon. Met strenge instructies voor het barpersoneel om alleen die bonnen te accepteren. Dat hielp geen ene moer door het ontstaan van een levendige zwarte handel plus lichte corruptie aan de andere kant van de bar. Anderen schepten op over het zeer succesvolle optreden door Peter en zijn Rockets die het dak er af rockten met vooral, jazeker, Kom van dat dak af.

Films werden ook vertoond, Ben-Hur bijvoorbeeld met de opwindende wagenrennen van vierspannen en waar het spirituele einde van de film een doodse stilte in de zaal veroorzaakte. De vertoning van The Longest Day was eveneens een schot in de roos. Heel bijzonder om op een Nederlandse NAVO-basis in Duitsland door de ogen van een Duitse bewakingsofficier via een uitkijkspleet in een bunker in Normandië in Frankrijk, de geallieerde vloot aan de horizon vanuit Engeland op je af te zien komen. En bleef maar komen en steeds groter werd zodat het hartgrondige Donnerwetter van majoor Werner Pluskat op ons beroepsmatige begrip kon rekenen. Jammer dat een van de mooiste films ooit (persoonlijke mening) nog niet bestond, die zou beslist in de smaak zijn gevallen omdat nogal wat dienstplichtigen de basis ook als een soort gevangenis beschouwden waar zij onschuldig in terecht waren gekomen: The Shawshank Redemption.

Konijnen

Het wachtlopen gebeurde via voorgeschreven en verschillende elkaar afwisselende protocollen en was verre van opwindend. Hier sloeg de verveling ook toe en bracht Dirk op de gedachte het op zijn bromfiets te doen, niet overdag maar ’s nachts tegen het aanbreken van de dag. Natuurlijk kwam deze methode in geen enkel protocol voor. Dirk zelf achterop met zijn uzi om wegvluchtende konijnen in het vizier te krijgen en de gek ging schieten op die konijnen, twee keer zelfs, met scherp! Zijn dienstmaat aan het stuur schrok zich te pletter en kon nog maar net koers houden. Het wachtlopen was een serieuze bezigheid, vóór de patrouille moest de uzi geladen worden met een magazijn met vijf scherpe patronen. Na iedere ronde werd het wapen ontladen, in het wapenrek gezet met het magazijn boven op het rek, klaar voor de volgende ronde. Bij de overdracht van de wacht behoorde controle plaats te vinden en dat ging wel eens uit de losse pols. Alles in orde? Ja, alles in orde… Totdat iemand wel het magazijn opende en de schrik om het hart sloeg: twee kogels weg. Ondanks alle logboeken kwam men niet uit bij Dirk en zijn bromfiets, hij werd ook niet verlinkt en de dienstdoende wachtcommandant kreeg drie dagen verzwaard arrest aan zijn broek. In het leger is niet altijd alles even eerlijk en vanaf dat moment werd veel vaker gecontroleerd. Dankzij mij, grijnsde Dirk zonder een spoor van wroeging…

Arrest

Het was de eerste van twee keer dat ik van verzwaard arrest getuige ben geweest. Het leger kent drie soorten: licht, verzwaard en streng arrest. Dienstplichtigen woonden verplicht op de basis en moesten de straffen er ook ondergaan. Bij zware vergrijpen (dienstweigering viel daar eveneens onder) konden de daders via het militaire strafrecht veroordeeld worden tot Nieuwersluis, de legergevangenis in de provincie Utrecht. Binnen alle krijgsonderdelen was deze plaatsnaam een onheilspellend begrip met een afschrikwekkende reputatie.

Licht arrest kon je krijgen voor de meest onbenullige zaken, je mocht niet van de basis af en je moest je voor controle melden wanneer om 16.00 uur de wacht gewisseld werd, in het weekend ook controle bij en door de wacht op dat tijdstip. Plus verplicht melden op een speciaal alarm maar dat was in Erle om praktische redenen niet ingevoerd. Het maximum bedroeg 21 dagen en hield dus in dat je minstens drie weken niet naar huis kon. Dat heb ik geweten… Verzwaard arrest tot een maximum van 14 dagen, werd gegeven voor minder onbenullige zaken zoals die ontbrekende munitie en de straf moest na de dagelijkse dienst worden doorgebracht in een vertrek dat daarvoor was ingericht, meestal een van de cellen achter de wacht. Streng arrest van eveneens ten hoogste 14 dagen betekende het hele etmaal cel met af en toe gelucht worden, onder gewapende begeleiding. En de extra vernedering van het verplicht afdoen van koppelriem en uitdoen van schoenen (vanwege de veters; ook bij verzwaard arrest), die ingenomen werden om te voorkomen dat de veroordeelde zichzelf iets zou aandoen.

September 1965 – november 1965
Smokkel

De soldij kon je gedeeltelijk laten uitbetalen in bonnen voor de aanschaf van belastingvrije sigaretten en drank. Een paar collega’s zagen daar wel brood in, Dirk voorop, met ook hier zwarthandel tot gevolg. Anderen hadden liever geld en verkochten hun bonnen met winst. Je mocht een beperkte hoeveelheid invoeren met extra bijbetaling als het meer was. Omdat het busje van de luchtmacht vaak gecontroleerd werd, was het een uitdaging om de handelswaar op een andere manier ongemerkt langs de douane te krijgen. Smokkelen heet dat en er waren een paar mogelijkheden: via de grensovergang bij Dinxperlo in een bepaalde auto of met de bromfiets, jawel daar is-ie weer, van Dirk. Wanneer de auto gestopt was, zette de douanier een voet op de treeplank, het raam werd opengedraaid en er verdween een fles whisky of een slof sigaretten in de te wijde schacht van zijn laars, hij keek voor de vorm nog even naar binnen en de auto werd doorgewuifd. De bromfiets van Dirk beschikte over twee forse zijtassen, hij liet zich voor zijn diensten ruim betalen en kon met gemak een weg vinden via kleine landweggetjes, die niet bewaakt werden.

Dansavond

De verstandhouding tussen de basis en de Duitse overheden was uitstekend. Twee keer per jaar ging een lijst rond bij openbare diensten zoals ziekenhuizen waar vrouwelijke personeelsleden konden inschrijven voor een dansavond op de basis. De belangstelling was altijd groot en de welzijnscommissie zorgde op zaterdagavond voor een swingend orkest met alles erop en eraan en ook de catering was dik in orde. De enige keer dat ik het meemaakte was in een weekenddienst en kreeg er indirect mee te maken. Twee bussen met 70 à 80 dames reden de poort binnen en in de feestzaal werd vanaf het podium in beide talen de enige spelregel voor die avond vastgesteld: men mocht de zaal niet verlaten! Niet als paar althans en met strenge controle door de bewaking en dus hebben Dirk en ik met ons tweeën de hele avond gepatrouilleerd. Natuurlijk was het raak af en toe omdat altijd wel een stel op een rustige plek in de buitenlucht en vooral ongestoord elkaar diep in de ogen wilde kijken. Met zachte aandrang en onder protest werd de zaal weer opgezocht. Mij deed het denken aan de kat op het spek binden terwijl Dirk het over dansen had als de verticale versie van een horizontale hobby. Uit zijn mond klonk het bijna poëtisch… Veel later heb ik gehoord van meerdere huwelijken, die uit dit soort avonden (ook op andere bases) zijn voortgekomen.

Doden

Die goede verstandhouding bleek ook bij een noodlottig verkeersongeval. Kort na middernacht draaide een truck met oplegger linksaf het parkeerterrein op van een chauffeurshotel in de buurt van de basis. Uit de tegemoetkomende richting naderde met hoge snelheid een kleine sportwagen met twee inzittenden, een jonge man en vrouw. De onverlichte zijkant van de oplegger werd niet of te laat opgemerkt en zij knalden erop en eronder. De bovenkant van de wagen werd afgescheurd door de onderkant van de oplegger en beiden op slag dood. De benzinetank explodeerde waardoor over tientallen meters fragmenten van de slachtoffers en auto werden verspreid. Voordat hij in een diepe shock raakte, wist de chauffeur van de truck nog net de receptie van het hotel te alarmeren. Die schakelde alle hulpdiensten in waarna de politie onze wachtcommandant belde met het verzoek om assistentie. Die nacht had ik dienst en werd naar onze vertrekken gestuurd om drie collega’s te wekken, Hans was een van hen en zij vertrokken per jeep naar het ongeluk. Zij kregen handschoenen uitgereikt en een soort plunjezak om mee te helpen bij het opruimen van alle resten, die bij het ambulance personeel werden ingeleverd voor verdere afwikkeling. Later kwam een bedankbrief binnen bij de basiscommandant en de drie mannen kregen twee weken prestatieverlof. Hans zei een half jaar later de beelden van die verschrikking nog steeds niet uit zijn hoofd te kunnen krijgen, hopelijk is hem dat nadien wel gelukt.

Landhuis

Het personeel van de basis had te maken met een tijdslimiet wanneer men uit was geweest. Al het uitgaande en binnenkomende verkeer werd in het logboek bij de poort genoteerd: tijdstip, wie, waarom en wijze van vervoer waarbij te voet ook mee telde. Indien terug voor één uur ’s nachts hoefde je niet op rapport te komen, daarna was de kans groot om tekst en uitleg te moeten geven. De bewaking was met de poortlog belast en het spreekt voor zich dat de naaste collega’s er niet in terecht kwamen, zonder uitzondering allemaal brave jongens… Het bewuste tijdstip was bijna heilig en het waren altijd dezelfden, die zich moesten haasten om op tijd binnen te zijn.

Aan de rand van een bos, iets van de weg af op ongeveer twintig kilometer van de basis, stond een oud landhuis. Na de oorlog werd het opgeknapt en er vestigde zich een bedrijf, dat behalve via advertenties ook reclame maakte door een groot uithangbord met de afbeelding van een schaars geklede dame. De vestiging van de basis betekende een positieve impuls met uitbreiding van het personeel, een logisch gevolg van het eenvoudige economische principe van een toenemende vraag.

Net na de aflossing om middernacht werd de wachtcommandant gebeld door de madam van het landhuis met het verzoek om sergeant X te komen ophalen. Hij was ladderzat en niet meer in staat om zelf terug te rijden en dus vertrok de jeep met een man extra om hem en zijn auto op te halen. Een soort escortservice zou je kunnen zeggen maar dan anders. Het ophalen kwam vaker voor maar dat genoegen heb ik nooit gesmaakt want geen rijbewijs. Een andere keer vond sergeant Y zichzelf nog wel bekwaam genoeg om terug te rijden en men liet hem schouderophalend gaan. Om op tijd binnen te zijn reed hij veel te hard en kwam met de lichten knipperend aangescheurd in de veronderstelling dat de poort en slagboom wel open zouden gaan op zijn signalen, het was eerder gebeurd. Hij had de vette pech dat Dirk nachtwacht had (met mij) en van plan was ‘die verrekte wegpiraat’ een lesje te leren. De poort ging tijdig open maar hij treuzelde zodanig dat Y in gloeiende haast de nog maar net iets omhoog staande slagboom raakte met spectaculaire gevolgen. De slagboom met bevestiging raakte zijdelings ontzet en werd in een V-vorm geknakt tegen de voorruit van de auto, die bijna dwars tot stilstand was gekomen. Nog geen autogordels toen, ook geen veiligheidsglas en al helemaal geen airbags dus veel splinters op de weg en in de auto. Sergeant Y was met zijn zatte kop naar voren gelanceerd tegen de slagboom aan, hij bloedde als een rund uit een grote snee dwars over zijn neus en keek verdwaasd voor zich uit. Verdoofd door de alcohol voelde hij niet veel en kwam uiteindelijk met de schrik vrij en kreeg drie dagen verzwaard arrest, de tweede keer dat ik het meemaakte. Door de reparatie aan de slagboom was de toegang een paar dagen geblokkeerd en verliep via de uitgaande rijbaan. En Dirk? Hij had ‘slechts’ zijn plicht gedaan en kon niets verweten worden, maar zorgde daarna er wel voor om niet ergens alleen te zijn. Op zijn hoede voor wraakacties door Y en zijn maten…

December 1965 – februari 1966
Blindedarm

In december kreeg ik last van een vage en zeurende buikpijn vooral na het eten. Dat gaat vanzelf wel over dacht ik maar die gedachte hielp niet echt. Tijdens de jaarwisseling kreeg ik thuis (vooral van vriendin) de opdracht om in Erle meteen naar de dokter te gaan want ‘die hebben jullie daar vast wel.’ Op maandag volgde een grondig onderzoek en vielen allerlei mogelijkheden af tot één diagnose overbleef: semiacute blindedarmontsteking met de zekerheid van een operatie. Of heel snel of weken later afhankelijk van het verloop van de ontsteking. De ziekenboeg was niet ingericht voor dit soort operaties en dus werd besloten mij de volgende dag te vervoeren naar het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht, toen bij ons bekend als Oog in Al. Op slag werd ik als een kasplantje beschouwd en mocht nog maar net een paar spullen ophalen. Daarna naar de administratie om uit te checken en naar huis te bellen zodat mijn ouders niet zouden schrikken van een officiële brief uit Erle. De nacht moest worden doorgebracht in de ziekenboeg en de volgende ochtend per brancard in een militaire ambulance op transport naar Utrecht.

Oog in Al

Zaal twee heeft tien bedden links, eentje recht tegenover de dubbele toegangsdeuren, negen stuks rechts plus het bureau van de hoofdzuster, een sergeant die met ijzeren hand regeerde en daarom Stalin werd genoemd. Dat wist ik nog niet bij aankomst en het eerste bed links kreeg toegewezen waarin ik de volgende vier weken zou ‘wonen.’ Links en rechts schoven steeds verder op in de richting van die ene plek aan het eind van de zaal en bezet door de zaaloudste, degene die het langst aanwezig was. De patiënten waren van alle legeronderdelen en onder de rang van sergeant, onderofficieren hadden recht op een tweepersoonskamer maar mochten ook voor een zaal kiezen en zieke officieren lagen solo. Patiënten met een besmettelijk geachte ziekte lagen ook alleen. De diagnose werd bevestigd met een ‘flauw’ dieet tot gevolg om de blindedarm te ontzien. Puree bijvoorbeeld en zoveel vla en pap, dat ik daarvan voorgoed genezen ben. En begon het grote wachten dus ook hier verveling met als hoogtepunten een paar keer per dag het bed uit onder begeleiding. Bijna alle zusters en verpleegkundigen waren burgers en zaal twee viel onder zuster Anna als ze dienst had. Zij was volledig gediplomeerd, hield werk en privé strikt gescheiden, we wisten alleen dat ze in de buurt van het ziekenhuis woonde en schatten haar op 28 jaar. Later vertelde zij 32 te zijn, maar door haar parmantige paardenstaart, tengere postuur en onschuldige blauwe ogen leek ze eerder op een meisje van een jaar of veertien. Zij was op een natuurlijke wijze volkomen tegen ons opgewassen en wij waren allemaal gek op haar, volgens mij hield zij ook van al ‘haar jongens.’

Rook

Ieder verzetje was welkom, zelfs de dagelijkse ochtendronde door een specialist met in zijn kielzog een aantal artsen in opleiding, Stalin in eigen persoon en een verpleegster, vaak zuster Anna. De patiënt werd niet als een mens beschouwd, maar als een interessante casus waar de artsen onderling levendig over discussieerden. Een belangrijk verschil met De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp was, dat wij nog leefden.

De belangrijkste taak van de zaaloudste was het organiseren van een wekelijkse toto met veertien voetbalwedstrijden en beleefde de eerste en enige keer dat ik ooit een hoofdprijs won met alles goed en circa ƒ 30. Op zondagmiddag luisterden we naar de uitslagen via de bronzen stem van Frits van Turenhout en herinner me vooral de uitslag NOAD 2 ‒ Willem II 2 2‒2.
Natuurlijk mocht op de zaal niet gerookt worden, maar na het ochtendritueel viel wel eens een lichte nevel waar te nemen. De aan bed gekluisterde rokers (ook ik, Brutus) hadden een blikken doosje als asbak en bij onraad ging de sigaret in zijn geheel de paniekdoos in, een terechte naam voor de asbak. Het onraad bestond bijna altijd uit Stalin, die onverwachts terugkwam en met de neus in de lucht speurend om zich heen keek en de hoofddader foutloos lokaliseerde, heel knap! Zij haalde meteen dat doosje onder je billen vandaan zodat ontkennen zinloos was, het werd in beslag genomen en je kreeg standaard twee dagen licht arrest. En zo werd ik ook een keer tegen 16.00 uur naar de administratie gereden waar vastgesteld werd dat het niet iemand anders betrof en weer terug ‘op zaal.’ Dit is de meest krankzinnige toestand geweest die ik in dienst heb meegemaakt, op de voet gevolgd door de verplichting om onderweg, half liggend/zittend in bed, een hoofdofficier en hoger te moeten salueren als je die tegenkwam op de gangen. Een kapitein-ter-zee, die zich ook in bed bevond en naar zijn operatie werd gereden, zag de humor er wel van in en beantwoordde lachend het saluut met een duim omhoog.

Het ziekenhuis kende op vrijdagmiddag een verzoekplatenprogramma, dat werd uitgezonden via een gesloten radio-omroep bestemd voor patiënten en personeel. En kon het gebeuren dat op verzoek van zaal twee voor zuster Stalin het prachtige lied van The Platters werd gedraaid: Smoke Gets In Your Eyes… Van een andere zuster hoorden we later dat zij, Stalin dus, in de lach was geschoten, desondanks werden de controles verdubbeld.

Bezoek

Twee personen per bed was als bezoek toegestaan, niet meer. Bezoek kwam sowieso niet vaak voor want in die tijd werd veel minder gereisd, er waren minder auto’s en de werkweek bestond voor velen nog uit zes dagen. Het kwam er op neer dat, hoe dichter je bij Utrecht woonde, hoe vaker je bezoek kreeg. Je mocht wel regelmatig naar huis bellen. Bij toch meer dan twee, ging het teveel naast andere bedden zitten en een paar keer heb ik op die manier met wildvreemden heel plezierig gesproken, met hun familielid en onze zaalgenoot als gemeenschappelijke factor. Een paar keer heb ik bezoek gehad van mijn vriendin samen met mijn zusje en zij keken zich de ogen bijna uit het hoofd. Andersom ook want vooral vrouwelijk bezoek mocht rekenen op een grote belangstelling, als een troep hongerige leeuwen die een paar afgedwaalde zebra’s in het vizier krijgt. Mijn bezoek had daar geen erg in (of ze deden net alsof) en het leken hen ‘best wel aardige jongens’ wat in feite ook waar was, de meesten in ieder geval.

Schaken

Het verplicht in bed doorbrengen is geen pretje en je bent zo uitgerust dat ’s nachts slapen niet altijd lukt. Het bioritme raakt ontregeld en dus werd in de nacht wel eens gelezen bij een afgeschermd licht of schaakpartijen nagespeeld op een klein bord. Niet magnetisch maar met onder de stukken houten pinnetjes, die in gaatjes passen. Heel handig, een hoek van 110 graden tegen opgetrokken benen vormde geen probleem. ‘Dat kan ik ook’ zei zuster Anna toen zij nachtdienst had en haar ronde deed. Om daarna aan het bed te komen zitten en wij hebben meerdere keren geschaakt in die niet alledaagse omgeving. Met alle denkbare slaap- en andere geluiden om ons heen en ook wel eens een onderdrukte snik. Waar Anna naar toe ging en een poosje later weer terug met ‘hij had het even te kwaad maar het gaat al weer.’ Niemand nam aanstoot aan wat dan ook in het gemeenschappelijke besef dat we het zelf konden zijn.

Operatie en revalidatie

Het flauwe dieet en de gedwongen rust misten hun uitwerking niet en na bijna vier weken kwam dokter Tan op bezoek, een kleine Indische chirurg en hij legde vriendelijk en precies uit hoe de operatie zou verlopen, de volgende ochtend. Net als bij Anna, ging ook van hem veel rust en vertrouwen uit, heel prettig want ik was een beetje bang voor dat onbekende. Daarom kreeg je ’s avonds nog een kalmerend pilletje, de volgende ochtend werd je in gereedheid gebracht, naar de OK gereden en na een bemoedigend knikje van dokter Tan een prik met het verzoek tot tien te tellen waarvan ik me zes nog kan herinneren om even later in de verkoeverkamer bij te komen. Dat wil zeggen ruim twee uur later en vrij snel weer terug naar de zaal waar men probeerde je aan het lachen te krijgen want dat doet pijn als de narcose is uitgewerkt. Best wel aardige jongens, inderdaad…

Een paar dagen later volgde vervoer naar een revalidatiecentrum in de buurt van Amersfoort om aan te sterken. De fysieke conditie was niet meer wat het geweest was en we, een man of tien, werden begeleid door iemand, die nu een personal trainer wordt genoemd met voor ieder een eigen herstelprogramma. De conditie gaat te paard en komt te voet (of zoiets) en dat klopt helemaal. Een voorgeschreven onderdeel voor iedereen was ‘in bed na het middageten’ en je moest van 13.00 tot 14.30 uur in bed liggen. En ik had er al vier weken opzitten of beter gezegd, opliggen. Er werd streng op toegezien met verplicht omkleden in lang en legergroen ondergoed als pyjama en eerlijk is eerlijk, die rust beviel prima! Het herstel verliep naar wens en duurde twee weken, daarna afgezet op het station van Amersfoort en na ruim zes weken was ik weer thuis. En stapte op zondagavond in Winterswijk om 23.00 uur in het busje terug naar de basis. Over de medische zorg in militaire dienst heb ik uit eigen ervaring, inclusief gebit (door tandarts Baardman), ogen (bril), röntgencontroles en vaccinaties niets dan lof!

Toeval en/of DNA?

Onze jongste zoon raakte tijdens zijn middelbare schooltijd ook besmet met het vliegvirus en is in ruim een jaar tijd heel ver gekomen maar net niet ver genoeg. Na de laatste keuring in Eelde was hij nummer zes van de laatste tien, er zouden vijf man door gaan… We hebben de mogelijkheid van een particuliere opleiding in de VS serieus onderzocht, maar hij nam zelf de beslissing er van af te zien. En heeft toen een paar jaar aan zweefvliegen gedaan.

Dezelfde vage buikpijn ‘van’ mij heeft hem in het examenjaar parten gespeeld met dezelfde diagnose, maar wel snel daarna geopereerd in het St. Anna ziekenhuis in Geldrop. Het ziekenhuis bestond eerder dan zuster Anna in Utrecht en hoewel zij het verdiend zou hebben, zal de naam toeval zijn geweest. Over bezoek had hij niets te klagen want op de regel van twee werd niet heel streng gelet, als wij op bezoek kwamen was zo ongeveer de hele klas aanwezig waarin veel meisjes. Die waren zeer geïnteresseerd in het litteken en hij was niet te beroerd het te laten zien. Er is wat afgelachen daar, net als in Utrecht destijds.

De majoor

Met de verveling was het goeddeels gedaan want we kregen een paar dagen na mijn terugkeer in Erle een nieuwe commandant, die zichzelf ging voorstellen: majoor W.L. Mallinckrodt. Van zijn voorganger kan ik mij niets herinneren, van hem des te meer… Iedereen vrij van dienst stond buiten aangetreden met het uitzicht op een spreekgestoelte, dat werd betreden door een vrij kleine man van Indische afkomst. Wat doet dokter Tan hier, dacht ik nog even maar dat duurde niet lang want hij was getooid met een snor net zo als Salvador Dali en waar sommige Engelse kolonels ook dol op zijn. De bedoeling is om krijgshaftig over te komen, het maakte op mij vooral een potsierlijke indruk.
‘Volgens mij heb ik die lul eerder gezien’, fluisterde Dirk naast mij, even subtiel als altijd. De majoor had geen microfoon nodig want hij had een stem als van Stentor.
‘Ik ben jullie nieuwe commandant, mijn naam is Mallinckrodt en elke lettergreep is terecht.’ Later bleek vooral onvoorspelbaarheid als optelsom van die lettergrepen zijn belangrijkste eigenschap te zijn. Hij was gelukkig kort van stof, er volgde nog wat obligaat geleuter over plicht en vaderland en de voorstelling was al weer voorbij.

De majoor had dienst gedaan in Breda, hoorden we later, waar hij les gaf aan de KMA. En vond het nodig om een keer strafexercitie te geven op het kazerneterrein. In de avonduren en niet op een normale manier maar staand in de brede dakgoot van een gebouw hoog boven het peloton. Met zijn stem was dat geen enkel probleem. Wel een probleem was een generaal, die te laat op een afspraak dreigde te komen en wiens stafauto werd opgehouden door dat peloton. Hij stapte geërgerd uit op zoek naar de bevelvoerend militair, keek links toen rechts en zag niemand. En volgde de blikken van de soldaten naar boven en zag de majoor in de dakgoot, strak in de houding zoals het hoort… Einde exercitie, er volgde demotie tot kapitein en overplaatsing naar Den Haag (waar Dirk hem waarschijnlijk gezien heeft) en door braaf te zijn een paar jaar later terug in de rang van majoor. Dat de bewuste generaal inmiddels b.d. was, hielp ook mee. Om wat langer van hem af te zijn volgde benoeming tot squadroncommandant in Erle. Wij kregen de indruk dat, hoe belangrijk ook, het geen heel begerenswaardige post was. Indien driehonderd jaar eerder geboren zou hij zonder twijfel een geweldige piraat en vrijbuiter zijn geweest!

Op 29 augustus, over twee weken, wordt het derde en laatste deel gepubliceerd.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.