Nobel

Niet het synoniem van edelmoedig of hoogstaand maar Alfred, geboren in 1833 in Stockholm, Zweden, die Nobel bedoel ik. Van beroep scheikundige en zakenman. Deze combinatie zorgde voor zijn zoektocht naar een methode om het hoogst gevoelige explosief nitroglycerine stabiel te krijgen. Die zoektocht was niet zonder gevaar want verschillende experimentele explosies hebben het leven gekost aan meerdere medewerkers waaronder een broer van hem. Uiteindelijk slaagde hij in zijn opzet en noemde het resultaat dynamiet. En werd schatrijk van de verkoop aan wapenfabrikanten en mijnbouwondernemingen.

Alfred Nobel las op een dag zijn eigen overlijdensbericht doordat hij werd verwisseld met een andere broer, die was overleden. Hij werd betiteld als ‘handelaar in de dood’ die door zijn uitvinding rijk was geworden van het oorlogsleed de mensheid aangedaan. Daar was hij zo oprecht door geschokt dat hij ging nadenken over een andere, meer positieve bijdrage aan diezelfde mensheid. En kwam op het idee dat van de rente van zijn, door het dynamiet verdiende kapitaal, elk jaar na zijn dood op zijn sterfdag vijf prijzen moesten worden uitgereikt. Bestemd voor diegenen, die in de voorgaande jaren aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft. Compensatie van het zuiverste soort!

Dat zijn dus de Nobelprijzen geworden zoals we die nu kennen, al heel lang. Voor de eerste keer uitgereikt in 1901, het geboortejaar van Max Euwe maar dat heeft er niets mee te maken. Vanwege het genoemde oorlogsleed is het niet verwonderlijk dat één van de prijzen VREDE is geworden. In tegenstelling tot oorlog. En daarmee alleen al is Alfred Nobel in zijn opzet geslaagd, kun je zeggen. En de mens, indien ziek, heeft baat bij genezing en dus is GENEESKUNDE heel logisch (die prijs wordt ook wel met fysiologie aangeduid). Gezien vanuit zijn werkzame leven kunnen we eveneens goed de prijzen voor SCHEIKUNDE en NATUURKUNDE begrijpen. Ikzelf denk altijd in mijn onschuld dat scheikunde ‘gewoon’ een onderdeel van natuurkunde is (net als bijvoorbeeld kosmografie, dat ik nog als separaat vak op school heb gehad) maar een kniesoor die daar op let. Scheikundigen voorop zijn het natuurlijk hier hartgrondig mee oneens en Alfred Nobel ongetwijfeld ook. Anders had hij er geen twee prijzen voor bedacht. Nou ja, zij zullen het wel beter weten. Marie Curie heeft als enige beide prijzen gekregen. In 1903 natuurkunde (samen met haar man Pierre) en acht jaar later solo scheikunde. Zij en Linus Pauling zijn de enige twee personen, die in verschillende disciplines de Nobelprijs hebben ontvangen. En Pauling weer als enige ‘ongedeeld.’
En dan LETTERKUNDE, is dat geen vreemde eend in de bijt? In feite niet, als je weet dat Nobel veel op had met letterkunde, hij heeft zelf ook geschreven. Daarmee is hij niet echt bekend geworden maar het verklaart wel mede deze prijs. Groot gelijk trouwens.
Geleidelijk aan vonden de ‘deskundigen’ dat er een prijs ontbrak en werd ECONOMIE in het leven geroepen, in 1969. Deze wordt gelijktijdig met de vijf klassieke Nobelprijzen uitgereikt en daarom nu ook Nobelprijs genoemd.

De prijzen worden na een lang voortraject uiteindelijk toegekend door deftige Nobelcomités en -commissies, of minder deftig gezegd, door een ‘ordinaire’ jury. Net als bij turnen en paardendressuur en kunstzwemmen. U weet wel: die altijd say cheese glimlachende en glimmende, barbie- en botoxachtige dames met een wasknijper op hun neus. Om ondersteboven in het water heel bevallig een been recht omhoog te steken. Soms zelfs twee! Een gewone jury dus. Heel discutabel zo af en toe, niet alleen wie het wel is geworden maar vooral ook wie niet. Een voorbeeld van ‘niet’ is Fred Hoyle, geniaal kosmoloog en astronoom. Hij had te veel mensen tegen zich in het harnas gejaagd. Hij was fel gekant tegen de nu algemeen aanvaarde Big Bang theorie ‒ de oerknal ‒ en liet geen gelegenheid onbenut om die theorie belachelijk te maken. En gebruikte als eerste geringschattend de benaming Big Bang, de term die dus, ironisch genoeg, dank zij hem gemeengoed is geworden. Barack Obama kreeg vrede in 2009 enkele maanden nadat hij president was geworden. En geldt als één van de betere voorbeelden van ‘waarom in vredesnaam?’
Over Albert Einstein is nooit discussie geweest, hoogstens dat hij natuurkunde vaker toegekend had mogen krijgen, niet alleen wat mij betreft. Maar dat verbieden de regels. De prijs van 1921 kreeg hij niet voor één van zijn relativiteitstheorieën over ruimtetijd, maar voor zijn werk aan het foto-elektrisch effect. Het verklaarde de aard van het licht waardoor bijvoorbeeld de ontwikkeling van televisie mogelijk is geworden. Een andere praktische toepassing zien we steeds vaker wanneer we buiten om ons heen en vooral omhoog kijken: zonnepanelen. Zij hebben dat effect als basisprincipe. En als je bijna moet niezen maar net niet, helpt in het licht kijken vaak heel goed. Volgens mij ook door het foto-elektrisch effect, op het netvlies…

In alle categorieën hebben Nederlanders wel eens gewonnen, behalve letterkunde. Het dichtst bij gekomen is Simon Vestdijk, met zijn Anton Wachter cyclus onder andere. Hij werd negen keer genomineerd maar is het nooit geworden. Net zo min als Harry Mulisch, die het zelfs zonder nominaties moest doen. Dat gaf vooral enig gemor in de Amsterdamse grachtengordel en naaste omgeving. En wat hebben al deze grote geesten gemeen met ons, denksporters?
Hersenen! Ons grootste kapitaal!
Het denkvermogen, daar moeten we het van hebben. En als je daarnaast ook nog beschikt over eigenschappen als wilskracht, durf, fantasie en doorzettingsvermogen, ja, dan kun je een heel eind komen. En een heel goed geheugen. Met name Fischer, Carlsen en Sijbrands worden geroemd om hun uitzonderlijk goede geheugens. Plus talent. Maar zoiets heb je of heb je niet. Kun je zelf ook niet zo heel veel aan doen, hoewel Midas Dekkers een verstandige tip heeft: zoek je ouders met zorg uit.

Het denkvermogen van Einstein en daarmee zijn hersenen, moet van een bijzonder hoge kwaliteit zijn geweest gezien zijn wetenschappelijke prestaties. Zo bijzonder dat zijn brein is gestolen door de arts van het ziekenhuis waar Einstein is overleden, in 1955. Voor nadere bestudering en om er proeven mee te (laten) doen om het geheim van diens denkkracht te ontrafelen. Dat ging in tegen de uitdrukkelijke wens van Einstein, die ‘compleet’ gecremeerd wenste te worden. Niet ethisch dus wat er gebeurde maar wel heel intrigerend. Ook zijn ogen werden ontvreemd, door zijn oogarts. Rare jongens die artsen, om met Obelix te spreken.

En hebben latere onderzoeken en bestudering van (de foto’s van) de plakjes hersenen inzicht gegeven in het brein van Einstein? Er zijn nogal wat onderzoekers geweest die met allerlei gewichtige conclusies aan kwamen zetten. Gebaseerd op ‘meer gliacellen dan gemiddeld’ en ‘neuronen die dichter bij elkaar liggen’ en ‘een anders geplooide hersenkwab’ en, en, en, … Allemaal nonsens volgens mij. Want alle onderzoekers wisten vooraf dat zij het brein van Einstein onderzochten en dus kwamen ze met resultaten. Anders was je geen knip voor de neus waard. En stel eens voor dat er wel een belangrijke en onweerlegbare conclusie zou zijn getrokken, wat dan? Wat zou je daarmee kunnen doen? Manipulatie van bestaande breinen? Of van breinen in wording? Doet mij denken, wat mogelijke manipulatie betreft, aan The Boys from Brazil van Ira Levin. Een poging van gevluchte nazi’s om omstandigheden te creëren waarbij zij hoopten een nieuwe Hitler uit diens gekloonde materiaal te kunnen laten ontstaan. Een boek met een fascinerend einde.
In werkelijkheid was Albert Einstein waarschijnlijk ‘gewoon’ een geniaal persoon (net als Isaac Newton zo’n drie eeuwen geleden en weer twee eeuwen daarvoor Leonardo da Vinci) met een ‘gewoon’ brein, waarschijnlijk. Want echt zeker weten doen we dat ook weer niet…

Wel zeker was hun aangeboren nieuwsgierigheid. Een heel belangrijke eigenschap, ook voor schakers. Nieuwsgierig naar de (schaak)wereld om je heen. Waarom? Hoezo? Echt wel? Waarom is het gras groen? Hoe ontstaat taal? Waar was ik voor mijn geboorte? En daarvoor? Wat is er ten zuiden van de Zuidpool? Waarom knipperen de sterren? Van Jan Timman is bekend dat hij soms met opzet de andere richting koos in bepaalde stellingen. Omdat hij benieuwd was (nieuwsgierig dus) of de theorie volgens het toen geldende inzicht wel klopte. Dat leverde soms pijnlijke nederlagen op want het bleek juist te zijn maar ook nieuwe opvattingen en mooie overwinningen want zijn eigen oordeel was beter.

Voor nieuwsgierige geesten heeft Bill Bryson een prachtig boek geschreven: Een kleine geschiedenis van bijna alles. Voor de gemiddelde en geïnteresseerde leek wordt op een zeer lezenswaardige wijze ‘bijna alles’ doorgenomen. Zo geeft hij op instructieve wijze aan hoe ‘dik’ onze beschermende atmosfeer wel niet is. Als we de aarde verkleinen tot een globe zoals die op een bureau staat dan is de atmosfeer te vergelijken met twee laklagen… Zonder te veel wetenschappelijke poespas en met menselijke wetenswaardigheden achter al die grote geesten. Sommigen waren niet alleen groot in denken maar ook groot in ‘gestoord zijn’. Hoe groter geest, hoe groter beest…?

Opgroeiende (klein)kinderen kunnen al vroeg beginnen, met allerlei nieuwsgierige vragen. En dan zitten (groot)ouders wel eens met de mond vol tanden… Onze kleinkinderen hebben regelmatig bij ons gelogeerd, vooral toen ze klein waren. En ik mocht graag met ze fietsen, met een kleindochter van drie à vier jaar in zo’n zitje aan het stuur. Dat schijnt gevaarlijk te zijn maar wel gemakkelijk om op het hoofd een kus te kunnen geven. En dan die vragen.
“Opa, ik hoor ti-ti-fu, wat is dat?”
“Dat is een koolmees.”
“Wat zijn die gele takken?”
“Dat is forsythia.”
Later, weer thuis en bij haar vader achter in een zitje op de fiets (veel veiliger…) zei ze:
“Kijk eens papa, dat is forsythia.”
Onze oudste zoon viel van verbazing bijna om, met fiets en al.
“Hoe kom je dáárbij?”
Ik hoop van harte dat dit soort nieuwsgierigheid nooit stopt.
En een paar jaar later is er van zitjes geen sprake meer, wel van losse handen…

zonder handen

Een reactie plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.