L’esprit d’escalier

Een mooie Franse uitdrukking, die niet goed te vertalen is. ‘De geest op de trap’ komt dicht in de buurt, maar dekt de Franse lading niet echt. Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad. Ook als je de uitdrukking niet zou kennen. Je hebt bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek gevoerd of aan een discussie meegedaan. En dan opeens, ’s avonds als je naar bed gaat, schiet je te binnen wat je beter had kunnen zeggen: een andere formulering, een gevat antwoord of een afdoend argument. Te laat dus. Dat is l’esprit d’escalier. Lang heb ik gemeend dat de trap betrekking had op ‘de trap naar boven,’ waar de slaapvertrekken zijn en dus met het naar bed gaan. Als je geest ontspannen raakt. Maar bij nadere beschouwing ligt dat toch anders, heel anders zelfs. De uitdrukking heeft te maken met een trap naar beneden en wordt toegeschreven aan de schrijver en filosoof Denis Diderot. Hij bevond zich regelmatig in een gezelschap dat met elkaar aan het discussiëren was. In een soort sociëteit in een statig oud herenhuis, in het Parijs van de tweede helft van de achttiende eeuw. Geen dames, heel vreemd in feite want dames discussiëren als geen ander. Zal wel een herensociëteit geweest zijn. Er werd een opmerking gemaakt waardoor hij geheel uit zijn doen raakte. Een gevoelig typje dus, die Diderot. Hij had geen weerwoord en besloot meteen te vertrekken. Die oude herenhuizen beschikten over een souterrain, dat ongeveer een meter boven straatniveau uitstak om gemakkelijker via een luik bevoorraad te kunnen worden vanaf de straat. En dat betekende een trap van de voordeur naar beneden naar de straat toe. Onderaan de trap had je dus het pand verlaten en het gezelschap de rug toegekeerd. En uitgerekend op dat moment krijg je de ingeving, de geest, van wat je reactie had moeten zijn. En is dan als mosterd na de maaltijd. Ook dat bestaat in het Frans: c’est de la moutarde après dîner.

Zelf heb ik het vooral na een (verloren) schaakpartij. ’s Avonds laat onderweg op de fiets naar huis of ’s nachts zo maar opeens als je wakker schiet. Je ziet in een flits de zet die je had moeten spelen in plaats van de treurnis die je hebt laten gebeuren. Binnen een gelijkvloers appartement heb je geen trap, niet naar boven noch naar beneden dus voor mij is het l’esprit de la nuit geworden. Het heeft meestal met tijdnood te maken of, beter gezegd, de gedachte aan tijdnood. Vijf minuten op de klok is natuurlijk nog een zee van tijd maar ik word er wat onrustig van. Niet alle aandacht is meer bij het bord, het brein verandert langzaam in stopverf en dat komt de kwaliteit van de zetten niet helemaal ten goede… Helemaal niet in feite. Zo gaat dat af en toe, gelukkig zie ik het ook wel eens bij anderen. Zonder leedvermaak, vooral herkenning. Het gebeurt gewoon, bij tijd en wijle. En als de tegenstander hetzelfde ondergaat, kunnen de omstanders de meest onwaarschijnlijke zetten voorbij zien komen. Zichzelf schaak zetten, een beginpion drie velden vooruit, een zet later alsnog en passant slaan, met de andere kleur gaan spelen of een loper een diagonaal verschuiven, ik heb het allemaal wel eens zien gebeuren. Om te zwijgen over het laten instaan of weggeven van materiaal, tot aan het grootste stuk, de dame. Het mooist vond ik een lange rokade nadat een paar zetten eerder met dezelfde koning kort gerokeerd was. Ik zeg er niets over, ik heb geen recht van spreken. Erik Buitenhuis keek mij een keer aan met een heel vreemde blik, tijdens een onderlinge ontmoeting. Alsof hij opeens Jabba de Hutt tegenover zich had en zijn ogen niet kon geloven. Toen ik iets anders speelde dan de mat-in-drie, die hij wel zag en ik niet. Met nog maar een paar minuten… En verloor…

De laatste ronde van het seizoen bracht alle teams uit OSBO 2A samen in Kampen met O&O als gastheer. Met de beide Zwolse teams tegen elkaar, in Kampen nota bene! Door onderlinge rivaliteit werden de inwoners van Zwolle vroeger (nog steeds?) door de Kampenaren geringschattend blauwvingers genoemd. Het gevolg van het tellen van de vele munten als betaling voor een klokkenspel. En wij, Schaakstad Apeldoorn 4 tegen De Zeven Pionnen 2, de beide promovendi van het vorige seizoen. Voor de mannen uit Epe was het doek al gevallen en wij zouden bij winst nog tweede kunnen worden. Achter de ongenaakbare kampioen Caïssa Elburg dat tegen de andere degradant Dronten aantrad. Behalve zelf winnen moest VSG 2 verliezen (van de gastheren) voor die eventuele tweede plaats. Onze stiekeme ambitie om de meeste bordpunten te scoren, durfden we alleen onderling uit te spreken. En l’esprit d’escalier? Daar zal ’s avonds laat toch wel minimaal één schaker ‘last’ van hebben gehad, van de 63 aanwezige spelers? Want helemaal niemand zou niet normaal zijn. Of in de woorden van Suzanne Schulting: F*cking biem! Waarbij onze Olympische gouden shorttrack dame het sterretje wel uitsprak, meerdere keren, luid en duidelijk. Het woord biem hoorde ik wel voor de eerste keer toen: dat is ‘niet normaal’…

63 spelers? Acht teams van acht personen is toch 64? Dat klopt maar ‘concurrent’ VSG 2 kwam met een man minder. Na een uur spelen ging ik de benen even strekken en poolshoogte nemen. VSG 2 bleek al met 3‒1 achter te staan tegen O&O 2 en verloor later waardoor beide teams op 8 matchpunten eindigden. Op onze borden stonden alle seinen op groen met uitzondering van André en Lex: die stonden heel erg op groen. Cees had twee pionnen minder maar leek me toch wel groen…

Pegasus won het Zwolse onderonsje en kwam ook op 8. Caïssa schoof plichtmatig Dronten opzij met ‘slechts’ 5‒3 zodat zij alles hebben gewonnen en kampioen met 6(!) matchpunten voorsprong op nummer twee. En zouden wij tenminste 6 bordpunten behalen dan waren beide doelen gehaald. Tegen een verzwakt Epe (waar Cees vroeger heeft gespeeld) ging het vervolgens op volgorde van punten als volgt:

0‒1 We zaten opgesteld in twee evenwijdige rijen van vier en achteromkijkend bleek André’s partij afgelopen en noteerde ik een één. Ziezo, het begin is er! Om even later te ontdekken dat het een nul moest zijn. André had in zijn zeer goede positie finaal geblunderd met de eerste externe winst van zijn verbaasde tegenstander tot gevolg. Met een beetje goede wil beschouwen we dit als een sociaal gebaar… Seizoenscore: 4 uit 7.

1‒1 Die twee pionnen minder bleken door Cees geïnvesteerd te zijn. Waarbij de tweede het logische gevolg was van de eerste. En mochten we getuige zijn van het aloude gezegde de cost gaet voor de baet uyt gezien de volgende stelling:

diagram
Hier volgde 21… Txh2

De drie diagonalen van D, L en L zijn een lust voor het oog, vooral die in de richting van de koningsstelling. Op 21… Txh2 volgde 22 f4 met opgave na 22… Tg2†. Ook 21… Lxg3 is beslissend maar een T-offer is natuurlijk toffer dan een L-offer. Seizoenscore: 6 uit 7 en team topscorer. En nummer twee in onze klasse achter Folke van Dorp, die zijn enige halfje aan Cees moest afstaan.

2‒1 Tegen een heel voorzichtige speelwijze wist Marco twee pionnen binnen de vijandelijke witte stelling te ‘friemelen’. De ene op de derde rij gedekt door de andere op de vierde. Het leken net twee zwarte luizen in een witte pels. En zij verlamden de mogelijkheden zodanig dat Riko Douma wel gedwongen was ze onschadelijk te maken. Dat lukte half maar veroorzaakte weer andere openingen, die Marco kon benutten om beslissend voordeel te verkrijgen. Seizoenscore: 3 uit 5.

3‒1 Op mijn bord hingen alle lichte stukken ‘aan elkaar’ in een soort delicaat evenwicht. Dat vraagt om moeilijkheden en vereist nauwkeurig rekenwerk. Mijn tegenstander ging daarmee in de fout en raakte een loper kwijt. Gevolgd door een pion en nog één. Maar met alle zware stukken inclusief de dames en een ‘slechte’ loper aan mijn kant, was doorspelen niet onlogisch. Jawel Cees, ik had eerder die loper moeten activeren en dat had mij, volgens zijn enigszins bestraffend oordeel na afloop, veel hoofdbrekens gescheeld. Helemaal waar! Mijn gezwoeg leverde Herman Schutte drie pionnen op maar een loper vóór blijft een loper vóór. Die derde pion werd geslagen met de toren in plaats van de dame omdat dameruil gevolgd zou zijn en daarmee mijn voordeel groter. Maar nu kreeg ik met Td8 de d-lijn in bezit. Hij was zo gebrand op het winnen van de loper (ook gevoed door het voordeel in tijd van bijna 40 minuten) dat de onderste lijn werd veronachtzaamd. Daar kon ik gebruik van maken en het was onmiddellijk uit: met Td1† werd de koning naar h2 gedwongen gevolgd door Dh4 met ondekbaar mat via de pionoksel op g3. Als hij die loper zou slaan. Verhinderen van mat moest maar kostte naast dameruil ook de toren, boven op die loper en dus opgegeven. Seizoenscore: 5 uit 6. En daarmee vierde in 2A na de eerder genoemde twee en Peter de Korver die van mij gewonnen heeft.

3½‒1½ Met Lex in het team never a dull moment. Dat heel erg groene sein werd vakkundig de nek omgedraaid door een stuk weg te geven. Is ook sociaal te noemen maar komt toch vooral door minder speelritme. Je raakt je antennes kwijt… Hij ging niet bij de pakken neer zitten en na eerst nog een klein voorval van een vijandelijke onreglementaire zet, kon hij zijn stelling geleidelijk aan verbeteren. Toen tot remise werd besloten, leken mogelijke winstkansen eerder aan zijn zijde. Seizoenscore: 3 uit 6.

4½‒1½ Frie zorgde voor de teamwinst (dus plaats twee) door Harry Logtenberg in een Hollandse opening vanaf het begin onder druk te zetten, die druk zet voor zet aan te schroeven totdat allerlei scheurtjes te voorschijn kwamen. Waarna heel planmatig de winst een feit werd. Seizoenscore: 4½ uit 7.

5½‒1½ Door Frans kwamen we gelijk in bordpunten met het inmiddels uitgespeelde Caïssa. Zijn werkwijze deed me denken aan het Amazonegebied, waar een anaconda een capibara overmeestert. Om de prooi heen kronkelen en bij iedere ademtocht iets strakker aantrekken. Steeds weer zodat inademen onmogelijk wordt en het licht langzaam uitgaat. Als dit onder water gebeurt is verdrinking het gevolg. Waarna het voedsel naar binnen wordt geschoven. De wrede natuur? Natuurlijk niet, hoogstens na menselijk ingrijpen… Een anaconda moet ook eten en dat gaat niet met mes en vork: geen handen. Op het bord is zetdwang het gevolg van insnoeren en dat is de werkwijze die ik zag met winst als uitkomst. Seizoenscore: 5 uit 7.

6½‒1½ Aart wist heel rustig een onstuitbare centrumaanval te ontwikkelen. Met beide torens op de zevende rij, lichte stukken ter ondersteuning en een promotie dreigende pion. Het kostte Jan Flierman veel tijd om zet na zet op de been te blijven. Als argeloos toeschouwer denk je dat de beslissende klap niet lang kan uitblijven. De afwikkeling die volgde was ook beslissend: op elke vleugel ieder twee pionnen plus een loper meer voor Aart en winst. Want de koning alleen kan niet op twee fronten tegelijk actief zijn. Seizoenscore: 4 uit 5.

Gevolg: een opmerkelijke eindstand van vier teams met 8 matchpunten achter de kampioen met 14. Met ons als tweede en de meeste bordpunten van alle teams. Dus een wisselvallig seizoen wat door de onvoorspelbaarheid ook erg leuk is, vind ik. De tweede plaats na promotie vorig jaar. Niet slecht maar team 5 nog beter: kampioen als gepromoveerd team! Als hun teamleider (vorig jaar kampioen met team 4) nou eens aanvoerder wordt van MuConsult 1? Dan wordt dat ook nog eens wat. Sorry Merijn! Adriaan den Hertog moet het wel willen natuurlijk… En wat eerste (en tweede) plaatsen waard zijn qua promotie, is niet aan te geven omdat de competitieopzet voor het nieuwe seizoen veranderen zal en nog niet bekend is.

   Schaakstad Apeldoorn 4  1742 - De Zeven Pionnen 2 1457 6½-1½
1. Cees Beekhuis           1868 - Bert Plooy         1656  1-0
2. Frie van Belle          1815 - Harry Logtenberg   1565  1-0
3. Andre Huis in 't Veld   1725 - Rogier den Uyl           0-1
4. Aart van de Peut        1790 - Jan Flierman       1465  1-0
5. Bert Baas               1715 - Herman Schutte     1500  1-0
6. Frans van Dijk          1717 - Hans Busman        1216  1-0
7. Marco Beerdsen          1610 - Riko Douma         1341  1-0
8. Lex Cornelisse          1697 - Bernhard Kasteel         ½-½

Een reactie plaatsen