Schaken en commercie

In de laatste ronde van het toen nog Hoogoventoernooi, meer dan dertig jaar geleden, had een deelnemer nog slechts één halfje nodig voor een zeer begeerd grootmeester resultaat. Hij trachtte vooraf de remise te ‘kopen’ en verdubbelde tijdens de partij zijn bod. Tevergeefs, waarna hij stijf van de zenuwen een toren, de partij en het resultaat wegblunderde. Handel op kleine schaal! Laten we nu niet meteen hel en verdoemenis over de bewuste speler afroepen, wie weet wat we zelf zouden doen in zo’n situatie. ‘Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen’ blijft een prachtige bijbelse uitspraak (van Jezus tegen de farizeeërs, over het stenigen van een overspelige vrouw) en is vaak van toepassing. Het is eerder wel dan niet gebeurd, het van tevoren afspraken maken over een uitslag. De om zijn vele remises roemruchte grootmeester Petar Trifunovic werd eens het slachtoffer van zijn eigen afspraak. Hij speelde uit de losse pols de verplichte twintig zetten (dat moest toen nog) waarna zijn tegenstander zich geen enkele afspraak meer kon herinneren, omdat hij inmiddels veel beter stond. En won ook zo’n vijftig zetten later. Wie heeft er in dit geval niet netjes gehandeld? Ze hebben elkaar nooit meer aangekeken. Om Trifunovic recht te doen: hij won het Hoogovenstoernooi in 1962.


Dit soort afspraken, al dan niet gekoppeld aan vergoedingen van welke aard en hoogte dan ook, is voor discussie vatbaar. Maar het is ook een feit dat commercie al lang en breed werd toegepast. En dan doel ik niet op het onbenullig kopen van een halfje en zelfs niet op de grote bedragen voor de WK schaakmatches, vooral door toedoen van Fischer, het verschijnsel is veel ouder. Voordat de FIDE de WK matches organiseerde, stelden de zittende wereldkampioenen soms zulke hoge financiële eisen om een tweekamp aan te gaan, dat die niet doorging. Zeer begaafde maar zeer armlastige schakers als Aaron Nimzowitsch en Akiba Rubinstein hebben vooral om die reden nooit een titelmatch kunnen spelen. Capablanca en Aljechin keken wel uit!

Alexander Aljechin vergiste zich behoorlijk in 1935 (en had vrij zeker het geld ook nodig) want hij schatte Max Euwe als uitdager ‘wel te doen’, te oordelen naar zijn eigen woorden (uit Euwe’s biografie door Alexander Münninghoff en Jules Welling) tegen een journalist: “Ik ben zeker van mijn overwinning op Euwe. Op het ogenblik zie ik geen speler die tegen mij is opgewassen.” En het comité om Euwe heen kon de financiën rondkrijgen. En Euwe won! Zoals gebruikelijk waren ook al afspraken gemaakt voor een revanchematch twee jaar later en Aljechin nam revanche in 1937. Hij bleef wereldkampioen tot aan zijn dood in 1946. En greep de FIDE toen de macht, voor een belangrijk deel dankzij de houding van Euwe. Hij vond het niet gepast om ‘automatisch’ wereldkampioen te worden, als laatste vóór Aljechin.

Allemaal aardig om te weten misschien, maar komt dit soort praktijken ook voor bij de brave verenigingen waarvan ik lid ben (geweest)? Ik denk van niet, hoewel…, met de hand op het hart? En met een oprechte blik in de blauwe oogjes? Paul bijvoorbeeld, heeft de schijn tegen: van een door hem als potremise beoordeelde partij (tegen mij) zei hij: “Voor een pilsje remise anders ga ik winnen.” Bedroevend natuurlijk maar wel aangenomen omdat ik zelden meer dan een nul scoorde tegen hem. En de voorzitter van de Mierlose Schaakclub destijds, vond zichzelf nog altijd een geduchte kracht en meende in zijn enthousiasme van onze op dat moment beste jongedame van vijftien jaar te kunnen winnen. Dat leek mij sterk (ik was toen competitieleider) en belast met een bescheiden inzet begon hun eerstvolgende onderlinge ontmoeting. Zij won uiteraard en, lucht gekregen van onze verderfelijke weddenschap, merkte zij losjes op ook enig recht op een deel van de inzet te hebben. “Wat denk je van een lolly?” vroeg de verliezer, die zichzelf nogal grappig vond en ik ook. Twee dodende blikken het antwoord. Pubers plagen, succes verzekerd!

Is commercie een verrijking of een verarming van de schaaksport? Een enkel voorval is natuurlijk niet maatgevend voor de beantwoording van die vraag. Maar naar mijn mening levert commercie een uitstekende bijdrage aan de verbreding en verbreiding van het schaken. Commercie is dan niet het domme gestuntel om punten maar in ruil voor middelen – meestal geld – naamsbekendheid en reclame genereren voor de verschaffer van die middelen, de sponsor. Het jaarlijkse grote jeugdtoernooi in Mierlo (dit jaar voor de 40e keer) zou nooit groot geworden zijn zonder de financiële steun van (hoofd)sponsoren, jarenlang Interpolis, later Philips en ASML. Die steun was onmisbaar evenals de belangeloze inzet van de vele benodigde vrijwilligers. Mierlo noem ik als voorbeeld (uit eigen ervaring), maar kan één op één worden vervangen door Hoogovens (mooie discussie geweest op internet over wel of niet een s op het eind) daarna Corus en nu (nog) Tata Steel Wijk aan Zee. Of Interpolis Tilburg. Of Univé Hoogeveen. Of Hogeschool Zeeland Vlissingen. Natuurlijk, het niveau is hoger dan in Mierlo, maar dat doet niets af aan de intentie van beide partijen of de inzet van vrijwilligers.

De genoemde bedrijven gaat/ging het om naamsbekendheid, niets mis mee, puur zakelijk, niet persoonlijk. Maar Joop van Oosterom (Volmac) ging veel verder vanwege zijn liefde voor het schaken. En geeft daarmee een meer persoonlijke invulling aan sponsoring. Zie de Herinneringen aan Joop van Oosterom van Herman Grooten op Schaaksite.nl. Zijn tweede grote sportliefde, biljarten, is ook lang door hem gefinancierd. In de vorm van het jaarlijkse Crystal Kelly driebandentoernooi in Nice (dicht bij Monaco waar hij woonde) en een paar teams in Nederland. Hij ging altijd voor de hoogste kwaliteit.

Hans Melchers vervult een vergelijkbare rol in de bridgesport, omdat hij en vooral zijn vrouw gek zijn op bridgen. Zij wonen in een landhuis op het buitenverblijf ’t Onstein bij Vorden en de bridgevereniging aldaar heet dan ook ’t Onstein. En is al jaren achtereen kampioen van Nederland, mogelijk gemaakt door Melchers. Het door hem gesponsorde Nederlandse open team werd wereldkampioen in 2011, in Veldhoven. Ook bij Melchers de hoogste kwaliteit.
En de wereldkampioen schaken, krijgt hij wel belangstelling in dit opzicht? Daar kunnen we kort over zijn: Magnus Carlsen is een wandelende reclamepilaar. Met de bijbehorende (grote) inkomsten. Groot gelijk!

En wijzelf? Schaakstad Apeldoorn? Onze hoofdsponsor is momenteel μConsult en de beide hoogste teams heten dan ook MuConsult Apeldoorn. Wel eens eerder van gehoord? Eerlijk gezegd, ik niet. Daarom: μConsult, gevestigd in Amersfoort, is een onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau op het gebied van verkeer en vervoer, ruimtelijke planning, economie en arbeidsmarkt. Zij werken voor overheden (het rijk, provincies, stadsregio’s), OV-bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het werk betreft openbaar vervoer, parkeergedrag, beïnvloeding van dat gedrag en bereikbaarheid (ik lijk wel zo’n marketing PR-joker…). Van wezenlijk belang voor de leefbaarheid in een grotere leefomgeving en dus belangrijk. Volgens de TomTom Traffic Index van het voorjaar 2017 is in alle Nederlandse steden de filegroei toegenomen. Behalve in Rotterdam en, jawel, Amersfoort, de thuishaven van μConsult. Dat kan geen toeval zijn!

Tot slot een laatste woord over die punten: de echt goede schaker komt er toch wel (waar precies weet ik niet, de top van de Olympus?) en een onnozele speler, die nog niet doorheeft dat zijn partij remise is, mag best een pilsje afgetroggeld worden. De enige schaakspeler wiens motieven nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, moet Efim Bogoljubov zijn geweest, getuige zijn eigen bescheiden woorden: “Met wit win ik omdat ik wit heb en met zwart win ik omdat ik Bogoljubov ben.”

Een reactie plaatsen